Onzekere tijden het is wennen aan de stilte

Het is vreemd. Van de ene op de andere dag zit ik thuis en hoeft er ineens niet zoveel meer. Er hoeft niet meer gewerkt te worden, niet meer nagedacht te worden over uitdagingen, ontwikkelingen of allerlei andere zaken die bij het runnen van een bedrijf horen. Na bijna veertig jaar werken is er ineens rust. Echte rust.

En eerlijk gezegd: dat is best wennen.

Jarenlang stond mijn hoofd vrijwel altijd aan. Er was altijd wel iets om over na te denken, iets om te regelen of een uitdaging die aandacht vroeg. Zelfs als ik niet aan het werk was, speelde het bedrijf op de achtergrond vaak gewoon door in mijn gedachten. En nu is die dagelijkse druk er niet meer. Er is ruimte, er is tijd en er hoeft niets.

Toch blijkt het niet zo eenvoudig om daar meteen van te genieten. Er valt een stilte waar ik aan moet wennen. Mijn hoofd staat niet zomaar stil. Oude patronen en gedachten steken regelmatig de kop op. Automatisch ben ik geneigd om vooruit te denken, dingen te regelen en bezig te zijn met wat er allemaal nog moet gebeuren. Maar dat hoeft niet meer. Of beter gezegd: het mag anders.

Mijn lichaam en hoofd zijn jarenlang gewend geweest aan een bepaalde druk. Altijd bezig zijn, altijd vooruitkijken en altijd verantwoordelijkheid dragen. Dat verander je niet zomaar in een dag of een week. Ik moet mezelf er regelmatig aan herinneren dat het nu anders mag. Dat ik rustig aan mag doen. Dat ik overdag best eens op de bank kan zitten met een boek, of liever nog, lekker in de hangmat kan hangen en de tijd aan me voorbij kan laten gaan. Zonder schuldgevoel. Zonder het idee dat ik eigenlijk iets nuttigs zou moeten doen. Want misschien is dat wel een van de grootste uitdagingen: leren dat rust niet iets is wat je eerst moet verdienen.

Wat komt er op mijn pad?

Betekent dit dat ik de rest van mijn jaren stil ga zitten? Absoluut niet. Daar moet ik eerlijk gezegd niet aan denken.

Er zijn mogelijkheden genoeg. Ik kijk rustig om me heen en probeer te ontdekken wat bij deze nieuwe fase past. Maar ik merk ook dat mijn behoeften veranderd zijn. Ik hoef niet meer zo nodig grote uitdagingen aan te gaan, een bedrijf op te bouwen of voortdurend ergens naartoe te werken.

Wat ik wel zoek, is nuttige inspanning. Er zijn voor anderen. Iets kunnen betekenen. Mijn ervaring inzetten op een manier die voldoening geeft, zonder dat alles meteen weer een verplichting wordt.

Misschien ligt daar wel de ruimte die ik mezelf de afgelopen jaren te weinig heb gegeven. Ruimte om te ontdekken wat ik écht wil, zonder dat er direct een plan, een doelstelling of een agenda aan vast hoeft te zitten.

Ik heb geleerd tijdens mijn pelgrimstocht over de S:t Olavsleden dat je niet altijd hoeft te weten waar je uitkomt. Soms is het voldoende om de volgende stap te zetten en te zien wat die je brengt. Onderweg ontmoet je mensen, ontstaan er gesprekken en kom je op plekken die je vooraf nooit had bedacht. Misschien werkt het in deze nieuwe fase van mijn leven net zo.

Eerst maar eens wennen

Voorlopig hoef ik niet alles in te vullen. Ik hoef geen nieuwe agenda te maken om de lege ruimte op te vullen. Ik hoef niet meteen te weten wat de komende jaren gaan brengen. Eerst maar eens wennen aan de stilte, de rust en het niet meer moeten.

Dat klinkt eenvoudig, maar voor iemand die jarenlang gewend is geweest om vooruit te denken en verantwoordelijkheid te dragen, is dat best een opgave. Het vraagt geduld, ook met mezelf. En misschien vooral de bereidheid om niet iedere lege plek direct op te vullen. Ik mag de tijd nemen. Ik mag zoeken. Ik mag iets proberen en ook weer besluiten dat het niet bij me past. En wie weet dient zich vanzelf iets aan waarvan ik denk: ja, dit is het. Dit wil ik graag doen. Tot die tijd probeer ik vooral te genieten van wat er nu is. Van de vrijheid, de ruimte en de kleine dingen waarvoor ik vroeger misscien niet altijd de tijd nam.

Niet omdat ik niets meer wil doen, maar omdat ik bewuster wil kiezen waar ik mijn tijd en energie aan besteed.

Niet opnieuw beginnen, wel anders verder.

Dat is geen eindpunt, maar het begin van een nieuwe fase. Een fase waarin ik niet meer alles hoef te dragen, maar wel iets wil blijven betekenen. En misschien begint dat wel gewoon in de hangmat, met een boek en de tijd om even helemaal niets te hoeven.


Niet opnieuw beginnen, wel anders verder.

Niet opnieuw beginnen, wel anders verder.

De vakantie is al weer even voorbij. En wat heb ik weer genoten.

Wat ik misschien wel het mooiste vind aan reizen met een camper, zijn de gesprekken die ontstaan.

Niet alleen het gebruikelijke: “Hallo, hoe is het?” en “Hoe lang ben je al onderweg?” Maar gesprekken die verder gaan. Waarom ben je hier? Waar ben je naar op zoek? Wat houdt je bezig? Waar droom je van? Niet ieder gesprek gaat meteen de diepte in. Maar soms gebeurt het vanzelf. En eerlijk gezegd: bij iedereen speelt er wel iets.

Juist tijdens een vakantie ontstaat de ruimte om daar eens rustig over na te denken. Geen agenda die vol zit, geen telefoon die voortdurend vraagt om aandacht en even geen dagelijkse verplichtingen. Gewoon tijd om te kijken naar jezelf. Naar wat je doet. Naar wat je wilt. En vooral naar de vraag: is dit nog steeds wat ik wil? En als je dan ook nog aanschuift bij vrienden die dwars door je heen kijken, wordt het helemaal lastig om te blijven ontkennen dat er dingen spelen.

De gesprekken die ik de afgelopen weken heb gevoerd, hadden opvallend vaak hetzelfde onderwerp: de balans tussen werk en privé. De één werkt het hele jaar hard en kijkt reikhalzend uit naar die paar weken vakantie. De ander heeft het helemaal omgedraaid en reist vrijwel het hele jaar door Europa. Woont in een camper en werkt af en toe wat als de bankrekening daar aanleiding toe geeft. Allemaal maken we onze eigen keuzes en misschien is dat wel het mooiste: er is geen goed of fout. Wat voor de één geweldig werkt, kan voor een ander helemaal niet passen.

Maar al die verhalen zetten mij wel opnieuw aan het denken. Over een beslissing die al langer onderweg was. Mijn vakantie heeft mij uiteindelijk het laatste zetje gegeven om een vraag die eigenlijk al sinds mijn burn-out speelde en op de Olavsleden in 2024 werd aangewakkerd, nu ook daadwerkelijk om te zetten in een besluit. Steeds meer ben ik bezig met vragen als:
– Wat wil ik eigenlijk?
– Hoe wil ik mijn leven inrichten?
– Waar krijg ik energie van?
– Wat wil ik nog doen?
– En hoeveel van mijn tijd wil ik nog besteden aan werken?

Eigenlijk wist ik het antwoord al. Maar soms weet je iets diep van binnen en heb je tijd nodig om het echt toe te laten. Om erover te praten. Om verschillende kanten te bekijken. Om twijfels te onderzoeken. En uiteindelijk om de knoop door te hakken. Goede gesprekken met vrienden in Noorwegen waren een bijna laatste zet en uiteindelijk heb ik die knoop doorgehakt in Buvika. Aan een prachtig meer, Olav in het bos, een strandje en een boothuis.

Ik heb daar, aan het strand turend over het water, besloten om mijn bedrijf te verkopen. Een enorme beslissing. Na ruim 25 jaar ondernemen, verantwoordelijkheid, zorgen, mooie momenten, moeilijke momenten, successen, tegenslagen en vooral heel veel herinneringen, ga ik een compleet nieuwe fase tegemoet. En natuurlijk komen daarmee meteen de volgende vragen.
– Want wat als het afgerond is?
– Wat ga ik dan doen?
– Wat wil ik nog?
– Wie ben ik zonder mijn bedrijf?

Misschien zijn dat wel de spannendste vragen die ik mezelf in lange tijd heb gesteld. Maar gek genoeg voelt het vooral goed. Want misschien gaat het helemaal niet om het vinden van een nieuw antwoord. Misschien gaat het er eerst om dat ik ruimte maak om het antwoord te laten ontstaan.
Eerst afscheid nemen van een groot deel van mijn werkende leven. Daarna ontdekken wat er op mijn pad komt.

En wie weet waar dat pad mij brengt. Eén ding weet ik inmiddels wel, ik heb geen haast meer om het antwoord te vinden. Ik wil eerst gaan lopen. Letterlijk én figuurlijk. Op weg naar een nieuwe fase.
Op weg naar nieuwe uitdagingen.

En misschien vooral… op weg naar mezelf.

Van het gebaande pad af.

Niet opnieuw beginnen, wel anders verder.

Een pijntje hier, een ongemakkelijk gevoel daar

Ken je dat?

Dat je eigenlijk net weer opgeladen bent. Je bent terug van vakantie, hebt mooie dingen meegemaakt, nieuwe mensen ontmoet, veel gelachen en genoten. Je zou denken: de batterij zit weer vol. Maar toch…

Een pijntje hier. Een ongemakkelijk gevoel daar. Een gesprek dat blijft hangen. Een gedachte die ineens weer boven komt drijven. En voor je het weet voelt het alsof alles pijn doet. Alsof alles te veel is. Alsof je batterij alweer leeg is, terwijl je zelf het gevoel hebt dat je hem nog maar net hebt opgeladen.

Misschien herken je het. Dat je hoofd zegt: kom op, niet zeuren. Het gaat toch goed? Terwijl iets in je binnenste zegt: ho, wacht eens even…

De afgelopen tijd heb ik steeds meer geleerd dat opladen niet hetzelfde is als rust nemen. Je kunt een paar weken weggaan, wandelen, reizen, genieten en nieuwe energie opdoen. Maar daarmee verdwijnen niet automatisch de dingen die al langer aan je trekken.

Soms neem je ze gewoon mee. In je rugzak. In je camper. In je hoofd. En misschien is dat helemaal niet erg. Misschien is dat juist een uitnodiging om niet meteen door te gaan. Om even stil te staan bij dat ongemakkelijke gevoel. Niet wegduwen, niet oplossen, maar gewoon luisteren.

Want soms vertelt dat gevoel je iets wat je hoofd al een tijdje probeert te negeren. En dus zit ik hier. Lekker een paar uur gewandeld, een glaasje fris binnen hand bereik. Maar ook met een pijntje, een hoofd vol gedachten en een batterij die alweer verdacht snel leeg lijkt te lopen.

Misschien moet ik hem niet opnieuw opladen.

Misschien moet ik eerst eens kijken waarom hij zo snel leegloopt.

Is een langeafstandswandeling ooit echt voorbij?

Je zet na weken wandelen de laatste stap. Er is een eindpunt, een 0-steen of een monument. Je maakt een foto, geeft iemand een knuffel of bestelt een stuk taart. Je rugzak mag af. Over, klaar.

Of is dat toch anders?

Het bijzondere van mijn S:t Olavsleden is dat de route wel eindigt, maar de reis zeker niet. Sterker nog, het vervolg begint echt als je over bent en weer thuis bent.

Toen ik twee jaar geleden mijn tocht over het S:t Olavsleden afrondde, dacht ik dat het avontuur achter me lag. Ik had honderden kilometers gelopen, ontelbaar veel indrukken opgedaan en mijn einddoel bereikt. De rugzak ging de kast in en het gewone leven wachtte weer.

Dat dacht ik.

In werkelijkheid nam ik veel meer mee naar huis dan een paar versleten wandelschoenen. Ik nam ontmoetingen mee. Verhalen. Stiltes. Uitzichten. Geuren. Momenten waarop ik mezelf tegenkwam. En vooral het besef dat ik met één stap tegelijk verrassend ver kon komen.

Twee jaar later merk ik dat die reis nog iedere dag met me meeloopt.

Soms heel zichtbaar. Als ik een foto voorbij zie komen van een plek waar ik zelf heb gestaan. Of wanneer iemand enthousiast vertelt dat hij of zij binnenkort dezelfde route gaat lopen. Dan ben ik heel even weer terug. Ik voel de regen op mijn gezicht, hoor het geluid van een kabbelend beekje en weet nog precies hoe een glas drinken na twintig kilometer smaakte. Ongelooflijk eigenlijk dat je dát soort herinneringen zo lang bewaart.

Maar vaker zit de verandering in kleine dingen.

Ik kan beter genieten van stilte. Ik hoef niet meer overal haast achter te zetten. Ik weet dat een moeilijke dag meestal vanzelf weer overgaat, net als een steile klim. En als iets groot of ingewikkeld lijkt, denk ik vaak terug aan die ene eenvoudige waarheid van het wandelen: zet gewoon de volgende stap.

Natuurlijk zijn er ook minder praktische gevolgen.

Ik bekijk tegenwoordig elk grindpad met iets te veel enthousiasme. Een buitensportwinkel voelt als een snoepwinkel. En als iemand zegt: “Dat is best een eind lopen,” betrap ik mezelf erop dat ik denk: *Hoeveel kilometer hebben we het eigenlijk over?*

Een langeafstandswandeling verandert ongemerkt je referentiekader.

Misschien is dat wel het mooiste souvenir dat je kunt meenemen. Geen stempel in een pelgrimspaspoort, geen medaille en zelfs geen finishfoto. Maar een andere manier van kijken naar de wereld én naar jezelf.

Dus nee, ik geloof niet dat een langeafstandswandeling ooit echt voorbij is.

De route houdt op. De reis niet.

En eerlijk gezegd… daar ben ik iedere dag opnieuw dankbaar voor.

Geleefd worden of leven?

Het is alweer vier weken geleden dat ik finishte op de Walk of Wisdom. Vier weken. Het voelt alsof het gisteren was en tegelijkertijd alsof er alweer maanden tussen zitten.

De weken vliegen voorbij. Voor je het weet is het maandag, en nog voordat je goed en wel gewend bent aan die gedachte, is het alweer maandag.

Geleefd worden.

Dat is het woord dat de laatste tijd regelmatig door mijn hoofd gaat. Op zich is daar niets mis mee. Zeker niet als je bezig bent met dingen die je energie geven. Dingen waar je blij van wordt. Dingen die ervoor zorgen dat je aan het einde van de dag moe bent, maar wel met een glimlach. Maar wat als iets vooral energie kost? Niet de lichamelijke energie. Die mag best verbruikt worden. Wandelen kost energie. Fietsen kost energie. Werken kost energie. Dat hoort erbij en dat geeft ook energie. Ik bedoel de mentale energie. Dat knagende gevoel. Datgene waar je tegenop ziet. Waar je al mee bezig bent voordat het begint. Waarvan je merkt dat het meer uit je trekt dan het je brengt.

Ik had zo’n bezigheid.

Vrijwilligerswerk waar ik jarenlang met plezier actief in ben geweest. En als ik er eenmaal was, was het geweldig. Mooie mensen ontmoeten. Helpen waar nodig. Nieuwe dingen leren. Samen ergens voor staan. Maar de weg ernaartoe werd steeds zwaarder. Trainingen. Opleidingen. Herhalingen van opleidingen. Verplichtingen. Verwachtingen. Ik merkte dat ik er steeds vaker tegenop zag. Maandenlang heb ik erover nagedacht. Besluiten genomen en weer teruggedraaid voordat ik ze met iemand had gedeeld. Misschien lag het aan mij. Misschien was het een fase. Misschien moest ik gewoon nog even doorzetten.

Totdat er een trigger kwam.

Een vraag. Een functie. Een moment waarop ineens alles op zijn plaats viel. Ik wist het. Voor nu is het genoeg. Ik heb geweldige dingen mogen doen. Mooie ervaringen opgedaan. Dingen geleerd die volledig buiten mijn dagelijkse werk liggen. Ervaringen die niemand mij meer afpakt. Maar soms is het tijd om ergens mee te stoppen. Niet omdat het niet goed is. Niet omdat je het niet leuk vindt. Maar omdat het niet meer past bij wie je nu bent. Dus nam ik afscheid.

En eerlijk? Dat vond, en vindt ik nog steeds, ik lastig. Ik ben iemand die graag wil dat mensen iets positiefs van mij vinden. Die het belangrijk vindt om anderen niet teleur te stellen. Juist daarom was deze keuze misschien wel groter dan ze aan de buitenkant lijkt. Voor het eerst in lange tijd koos ik volledig voor mezelf. Niet over een half jaar. Niet “na dit seizoen”. Niet “als er een vervanger is”. Nu.

Klaar is klaar. Was dat slim?

Ik weet het niet. Maar het geeft rust. Ruimte. Tijd om te wandelen wanneer ik daar behoefte aan heb. Tijd om een stuk te fietsen. Tijd voor mijn ogeving. Tijd voor mijn eigen plannen. Tijd om op adem te komen. Mis ik het vrijwilligerswerk? Jazeker. Maar wat ik ervoor terugkrijg is op dit moment belangrijker. Rust. Ruimte. En het verdwijnen van een energieslurper uit mijn leven. Of het voor altijd is? Geen idee. Misschien niet. Maar voor nu heb ik mezelf op de eerste plaats gezet.

Twee jaar geleden had ik die keuze waarschijnlijk niet gemaakt. Of in ieder geval niet op deze manier. Bijzonder eigenlijk. Want twee jaar geleden liep ik op de S Olavsleden. 39 dagen onderweg. Stap voor stap. Kilometer na kilometer. Toen had ik geen idee hoeveel die reis mij zou veranderen. Ik dacht dat ik naar Trondheim liep. Achteraf gezien liep ik vooral naar mezelf. De pelgrimstocht was niet het einde van iets, maar het begin van een nieuwe versie van mijzelf. Dat besef komt de laatste weken regelmatig terug. Zeker nu er weer zoveel wandelaars onderweg zijn op de Olavsleden. Hun verhalen verschijnen dagelijks op sociale media. Foto’s van plekken waar ik zelf heb gelopen. Verhalen over ontmoetingen die ik herken. Uitzichten die direct herinneringen oproepen.

En steeds weer denk ik: “O ja… daar was dat.” “Wat was dat een bijzondere dag.” “Wat heb ik daar genoten.” Ik geniet mee van hun reis en tegelijkertijd begint er iets te kriebelen. Dat verlangen naar een nieuw avontuur. Naar een rugzak. Naar een pad. Naar de eenvoud van lopen. Misschien wordt het tijd om weer voorzichtig plannen te maken.

Niet omdat ik weg wil.

Maar omdat sommige wegen je blijven roepen.

Ik mocht weer🚶‍➡️🥾

Soms zit het in één woord.
Mogen.

En toch schuurt dat woord bij mij. Want als ik eerlijk ben, voelt het niet als mogen. Het voelt als moeten. Niet omdat iemand het van me vraagt, maar omdat ik het nodig heb. Eens in de zoveel tijd moet ik eruit. Weg uit de hectiek. Weg van alles wat trekt, duwt en aandacht vraagt. Maar moeten is een woord wat ik liever niet gebruik dus het blijft mogen.

Alleen met mijn rugzak.
Lopen, eten, slapen. Meer niet.

Afgelopen week mocht, of moest, ik weer op pad. Ik liep de Walk of Wisdom. Een pelgrimsroute die begint en eindigt bij de Stevenskerk in Nijmegen. Een cirkel. Alsof je vertrekt om uiteindelijk weer precies daar uit te komen waar je begon, maar dan anders.

De route is afwisselend. Bossen, uiterwaarden, dorpen, stilte en af en toe drukte. Als ik moet kiezen, dan liggen mijn dagen in het bos. Dag twee tot vier. Daar gebeurt het voor mij. Daar zakt het tempo. Daar wordt het stil in mijn hoofd. Maar ook de andere dagen hadden hun eigen charme. Het is nooit één ding wat een tocht maakt. Het is alles bij elkaar.

Mijn planning was… niet mijn sterkste punt deze keer. Midden in de schoolvakanties op pad gaan met het idee dat je “wel iets vindt” qua overnachtingen, dat vraagt om flexibiliteit. En die kwam er. Van slapen bij vrienden die op de fiets langskwamen tot een B&B omdat er simpelweg niets anders meer was. Maar uiteindelijk klopt het altijd. Elke plek had zijn eigen sfeer, zijn eigen verhaal. Helaas geen hostels langs de routes en dus niet veel contact met mede wandelaars in de avonden.


Wat deze tocht bijzonder maakte, was dat ik hem in één keer kon lopen. Acht dagen achter elkaar. Dat is een luxe. Veel mensen lopen een paar dagen, een weekend, of in etappes. En dat is ook mooi. Maar voor mij zit de magie in de aaneenschakeling. Dag na dag. Steeds een stukje verder loskomen.

Na een paar dagen gebeurt er iets.
Alsof je systeem vertraagt.
Alsof je hoofd eindelijk stopt met rennen.Na acht dagen voelde het alsof ik al weken onderweg was. En dát gevoel… daar doe ik het voor.

Thuis hebben we alles. Comfort, gemak, structuur. En dat is fijn. Maar onderweg blijft er weinig over. Jij en je rugzak. Meer niet. Natuurlijk kun je van alles meenemen, maar alles wat je draagt, voel je. Mijn rugzak woog deze keer 7,5 kilo. Inclusief eten en 1,5 liter water.

Dat eten? Niet nodig. Overal is wel iets te krijgen. Maar toch neem ik het mee. Voor het gevoel. Voor de zekerheid.

En dan zijn er de “luxe” dingen. Mijn brander bijvoorbeeld. Even een kop warme choco maken of wat noedels koken. Deze keer niet gebruikt. Maar het idee dat het kan… dat is blijkbaar al genoeg.

Het leven onderweg wordt simpel.
Aan het eind van de dag aankomen. Douchen. Vaak meteen even wat kleding wassen. Uithangen. Een uurtje rust. Dan eten. En ’s avonds lezen op mijn e-reader. Geen tv. Zo min mogelijk telefoon.

Even loskomen van alles wat normaal zo belangrijk lijkt. Want laten we eerlijk zijn: de wereld draait gewoon door. Het nieuws blijft komen. De onrust ook. Maar in zo’n week kies ik er bewust voor om het even niet binnen te laten.

Noem het struisvogelpolitiek.
Voor mij werkt het.

Onderweg ontmoet je mensen. Altijd. Soms vluchtig, soms wat langer. Bij de start was het druk. Het weekend trekt veel lopers die beginnen aan hun tocht. Daarna spreidt het zich uit. Je komt dezelfde mensen steeds weer tegen. Even een praatje. Even samen oplopen.

En dat samenlopen… dat was nieuw voor mij.

Ik ben van het alleen lopen. Mijn eigen tempo, mijn eigen gedachten. Maar deze keer liep ik af en toe samen met anderen. En ik moet toegeven: dat heeft ook iets moois. Verhalen delen welke je anders niet zo gauw zou delen. Een tweede keer dat je oploopt met dezelfde persoon gaan de verhalen nog dieper. Mooi een indrukwekkend.

Gesprekken die vanzelf ontstaan. Stiltes die niet ongemakkelijk zijn. Niets moeten zeggen, maar alles mogen delen. Dat heeft me verrast.

Natuurlijk speelde er ook no iets anders mee. De blessure van vorig jaar. De twijfel of het zou gaan. De fysio was duidelijk: te vroeg. Maar soms moet je ook luisteren naar wat je zelf voelt. Mijn voet liet zich horen, maar hield zich goed. Wel liep ik anders. En dat leverde me een prachtige blaar op. Zo eentje die je niet snel vergeet. Maar zelfs dat hoort erbij. Het haalt je niet uit het moment. Het maakt het onderdeel van de tocht.

Acht dagen later stond ik weer bij de kerk waar ik begon. De cirkel rond. Maar niet hetzelfde. Dat ben ik nooit na zo’n tocht.

En nu… een paar dagen thuis… begint het alweer te kriebelen.

Waar ga ik nu naartoe?
Hoe lang kan ik weg?
Wat wordt de volgende tocht?

De voorpret is begonnen.
Misschien wel het mooiste begin van de volgende reis.