Is een langeafstandswandeling ooit echt voorbij?

Je zet na weken wandelen de laatste stap. Er is een eindpunt, een 0-steen of een monument. Je maakt een foto, geeft iemand een knuffel of bestelt een stuk taart. Je rugzak mag af. Over, klaar.

Of is dat toch anders?

Het bijzondere van mijn S:t Olavsleden is dat de route wel eindigt, maar de reis zeker niet. Sterker nog, het vervolg begint echt als je over bent en weer thuis bent.

Toen ik twee jaar geleden mijn tocht over het S:t Olavsleden afrondde, dacht ik dat het avontuur achter me lag. Ik had honderden kilometers gelopen, ontelbaar veel indrukken opgedaan en mijn einddoel bereikt. De rugzak ging de kast in en het gewone leven wachtte weer.

Dat dacht ik.

In werkelijkheid nam ik veel meer mee naar huis dan een paar versleten wandelschoenen. Ik nam ontmoetingen mee. Verhalen. Stiltes. Uitzichten. Geuren. Momenten waarop ik mezelf tegenkwam. En vooral het besef dat ik met één stap tegelijk verrassend ver kon komen.

Twee jaar later merk ik dat die reis nog iedere dag met me meeloopt.

Soms heel zichtbaar. Als ik een foto voorbij zie komen van een plek waar ik zelf heb gestaan. Of wanneer iemand enthousiast vertelt dat hij of zij binnenkort dezelfde route gaat lopen. Dan ben ik heel even weer terug. Ik voel de regen op mijn gezicht, hoor het geluid van een kabbelend beekje en weet nog precies hoe een glas drinken na twintig kilometer smaakte. Ongelooflijk eigenlijk dat je dát soort herinneringen zo lang bewaart.

Maar vaker zit de verandering in kleine dingen.

Ik kan beter genieten van stilte. Ik hoef niet meer overal haast achter te zetten. Ik weet dat een moeilijke dag meestal vanzelf weer overgaat, net als een steile klim. En als iets groot of ingewikkeld lijkt, denk ik vaak terug aan die ene eenvoudige waarheid van het wandelen: zet gewoon de volgende stap.

Natuurlijk zijn er ook minder praktische gevolgen.

Ik bekijk tegenwoordig elk grindpad met iets te veel enthousiasme. Een buitensportwinkel voelt als een snoepwinkel. En als iemand zegt: “Dat is best een eind lopen,” betrap ik mezelf erop dat ik denk: *Hoeveel kilometer hebben we het eigenlijk over?*

Een langeafstandswandeling verandert ongemerkt je referentiekader.

Misschien is dat wel het mooiste souvenir dat je kunt meenemen. Geen stempel in een pelgrimspaspoort, geen medaille en zelfs geen finishfoto. Maar een andere manier van kijken naar de wereld én naar jezelf.

Dus nee, ik geloof niet dat een langeafstandswandeling ooit echt voorbij is.

De route houdt op. De reis niet.

En eerlijk gezegd… daar ben ik iedere dag opnieuw dankbaar voor.