Het is alweer vier weken geleden dat ik finishte op de Walk of Wisdom. Vier weken. Het voelt alsof het gisteren was en tegelijkertijd alsof er alweer maanden tussen zitten.
De weken vliegen voorbij. Voor je het weet is het maandag, en nog voordat je goed en wel gewend bent aan die gedachte, is het alweer maandag.
Geleefd worden.
Dat is het woord dat de laatste tijd regelmatig door mijn hoofd gaat. Op zich is daar niets mis mee. Zeker niet als je bezig bent met dingen die je energie geven. Dingen waar je blij van wordt. Dingen die ervoor zorgen dat je aan het einde van de dag moe bent, maar wel met een glimlach. Maar wat als iets vooral energie kost? Niet de lichamelijke energie. Die mag best verbruikt worden. Wandelen kost energie. Fietsen kost energie. Werken kost energie. Dat hoort erbij en dat geeft ook energie. Ik bedoel de mentale energie. Dat knagende gevoel. Datgene waar je tegenop ziet. Waar je al mee bezig bent voordat het begint. Waarvan je merkt dat het meer uit je trekt dan het je brengt.
Ik had zo’n bezigheid.

Vrijwilligerswerk waar ik jarenlang met plezier actief in ben geweest. En als ik er eenmaal was, was het geweldig. Mooie mensen ontmoeten. Helpen waar nodig. Nieuwe dingen leren. Samen ergens voor staan. Maar de weg ernaartoe werd steeds zwaarder. Trainingen. Opleidingen. Herhalingen van opleidingen. Verplichtingen. Verwachtingen. Ik merkte dat ik er steeds vaker tegenop zag. Maandenlang heb ik erover nagedacht. Besluiten genomen en weer teruggedraaid voordat ik ze met iemand had gedeeld. Misschien lag het aan mij. Misschien was het een fase. Misschien moest ik gewoon nog even doorzetten.
Totdat er een trigger kwam.
Een vraag. Een functie. Een moment waarop ineens alles op zijn plaats viel. Ik wist het. Voor nu is het genoeg. Ik heb geweldige dingen mogen doen. Mooie ervaringen opgedaan. Dingen geleerd die volledig buiten mijn dagelijkse werk liggen. Ervaringen die niemand mij meer afpakt. Maar soms is het tijd om ergens mee te stoppen. Niet omdat het niet goed is. Niet omdat je het niet leuk vindt. Maar omdat het niet meer past bij wie je nu bent. Dus nam ik afscheid.
En eerlijk? Dat vond, en vindt ik nog steeds, ik lastig. Ik ben iemand die graag wil dat mensen iets positiefs van mij vinden. Die het belangrijk vindt om anderen niet teleur te stellen. Juist daarom was deze keuze misschien wel groter dan ze aan de buitenkant lijkt. Voor het eerst in lange tijd koos ik volledig voor mezelf. Niet over een half jaar. Niet “na dit seizoen”. Niet “als er een vervanger is”. Nu.
Klaar is klaar. Was dat slim?
Ik weet het niet. Maar het geeft rust. Ruimte. Tijd om te wandelen wanneer ik daar behoefte aan heb. Tijd om een stuk te fietsen. Tijd voor mijn ogeving. Tijd voor mijn eigen plannen. Tijd om op adem te komen. Mis ik het vrijwilligerswerk? Jazeker. Maar wat ik ervoor terugkrijg is op dit moment belangrijker. Rust. Ruimte. En het verdwijnen van een energieslurper uit mijn leven. Of het voor altijd is? Geen idee. Misschien niet. Maar voor nu heb ik mezelf op de eerste plaats gezet.
Twee jaar geleden had ik die keuze waarschijnlijk niet gemaakt. Of in ieder geval niet op deze manier. Bijzonder eigenlijk. Want twee jaar geleden liep ik op de S Olavsleden. 39 dagen onderweg. Stap voor stap. Kilometer na kilometer. Toen had ik geen idee hoeveel die reis mij zou veranderen. Ik dacht dat ik naar Trondheim liep. Achteraf gezien liep ik vooral naar mezelf. De pelgrimstocht was niet het einde van iets, maar het begin van een nieuwe versie van mijzelf. Dat besef komt de laatste weken regelmatig terug. Zeker nu er weer zoveel wandelaars onderweg zijn op de Olavsleden. Hun verhalen verschijnen dagelijks op sociale media. Foto’s van plekken waar ik zelf heb gelopen. Verhalen over ontmoetingen die ik herken. Uitzichten die direct herinneringen oproepen.

En steeds weer denk ik: “O ja… daar was dat.” “Wat was dat een bijzondere dag.” “Wat heb ik daar genoten.” Ik geniet mee van hun reis en tegelijkertijd begint er iets te kriebelen. Dat verlangen naar een nieuw avontuur. Naar een rugzak. Naar een pad. Naar de eenvoud van lopen. Misschien wordt het tijd om weer voorzichtig plannen te maken.
Niet omdat ik weg wil.
Maar omdat sommige wegen je blijven roepen.